De Heidelbergsche Catechismus
naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (4)
Vraag II van den Catechismus in de eerste Zondagsafdeeling luidt : „Hoevele stukken zijn II noodig te weten, opdat gij dezen troost genietende, zalig leven en sterven moogt ? "
En het antwoord luidt : Drie stukken : ten ee ...
De Heidelbergsche Catechismus
II. Uit welke deelen bestaat de eenige troost des Christens ?
Deze troost bestaat uit zes deelen :
1. Onze verzoening met God door en om Christus ; zoodat wij niet langer vijanden zijn, maar kinderen Gods ; niet voor eigen rekening staande, maar Christus' eigendom. „Doch gij zijt van Chri ...
De Heidelbergsche Catechismus
III. Waarom vaste troost ? is deze éénige troost ook een
Dat deze éénige troost tevens een zekere en vaste troost is, blijkt hieruit : 1. Omdat deze troost alleen bij den dood niet verdwijnt. „Want hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren". Rom. 14 vers 8. „Wie zal on ...
De Heidelbergsche Catechismus
Maatstaf, te gebruiken om de zonde tegen den Heiligen Geest te kennen.
1. De zonde tegen den Heiligen Geest treffen we niet bij alle verworpenen aan, maar slechts bij ben, die door den Heiligen Geest verlicht zijn geworden en in hun geweten van de waarheid overtuigd zijn ; als Saul, Judas, en ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het derde onderscheid is in verstand en wil tegelijk. Want God weet onveranderlijk alle dingen en Zijn wil is ook onveranderlijk. Bij de mensch is dat alles anders ; want evenals de kennis en het oordeel der schepselen over de dingen veranderlijk is, zoo ook hun wil ; zoodat zij weten, wat zij vr ...
De Heidelbergsche Catechismus
Groot onderscheid is er derhalve tusschen de deugden der wedergeborenen en der nietwedergeborenen. Want : 1. de goede werken der wedergeborenen geschieden onder voorlichting van het geloof en behagen Gode ; bij de niet-wedergeborenen staat dit anders ; 2. de wedergeborenen doen hunne werken ter e ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over deze onware en goddelooze redeneeringen zal hier nog iets breeder moeten worden gehandeld, rakende den oorsprong van 't kwade. 1. Er zijn er, die beweren, dat er noodwendigheid voor de zonden is. Zij redeneeren aldus : van eeuwigheid is er een aaneengeschakelde keten en een zekere eeuwige no ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het beeld Gods in den mensch. 1. Wat is het beeld Gods ; uit welke deelen bestaat het ? 2. In hoeverre is het verloren ; wat is er nog van overig ? 3. Hoe kan het hersteld worden ? 1. Het beeld Gods in den mensch, is het verstand, dat Gods wil en werken recht kent ; de wil, die vrijwillig God geh ...